Esperanto, een taal die de wereld verbindt

Esperanto, een kunsttaal die wereldwijd wordt gesproken, is bedacht en ontwikkeld door de Joods-Litouwse oogarts Ludwik Lejzer Zamenhof. Zijn droom was door het ontwikkelen van een eenvoudige, door iedereen gemakkelijk te leren taal, de communicatie tussen mensen en volkeren te bevorderen, waardoor men elkaar beter begreep en conflicten door slechte communicatie vermeden konden worden. Een universele taal als middel tot wereldvrede, een idealistische gedachte die Zamenhof met succes wist te ontwikkelen.


Zamenhof werd op 15 december 1859 geboren on Bialystok, een plaats die nu in Polen ligt maar in de 19de eeuw in de Litouwse provincie van het Russische Tsarenrijk lag. Hij sprak later over Litouwen altijd als zijn 'geliefde vaderland'. In zijn jeugd waren er in Bialystok veel etnische conflicten. Van de ongeveer dertigduizend inwoners die de stad telde was ongeveer tien procent van Poolse, zeventien procent van Duitse, dertien procent van Russische en zestig procent van Joodse afkomst. Er werden dan ook veel verschillende talen gesproken: Duits in de open wijken, Pools werd gebruikt in intellectuele kringen, Jiddisch was de taal van de handel en de commercie, boeren spraken vaak Wit-Russisch en de officiële taal was Russisch. Zamenhof, zelf een meertalige Jood, concludeerde dat miscommunicatie de oorzaak was van de vele conflicten in zijn dorp en wilde een taal maken die iedereen in zijn stad kon verstaan.


Esperanto-velletje van Polen uit 1965
Lejzer (Lazarus) Zamenhof werd geboren als oudste zoon van Mordechai Mark Zamenhof en Rozalia Sofer. Als 13-jarige verhuisde Zamenhof met het gezin, waarin inmiddels twee zussen en drie broers geboren waren, naar Warschau, waarschijnlijk omdat zijn vader daar een betere betrekking kon krijgen. Hij bezocht er het gymnasium. Al op jonge leeftijd vond Zamenhof dat de verhouding tussen de verschillende volkeren in Rusland zó slecht was dat er een radicale oplossing moest komen. Hij wilde streven naar een vrijplaats waar verschillen in taal, cultuur en religie er niet toe deden. Kort daarna begon hij aan zijn taalproject, de Lingwe Uniwersala, en vier jaar later, in 1878, presenteerde hij z'n eerste ontwerp aan zijn medestudenten. In datzelfde jaar behaalde hij z'n gymnasiumdiploma, waarna hij medicijnen ging studeren in Moskou. Twee jaar later keerde hij terug in Warschau, waar bleek dat zijn vader zijn aantekeningen had verbrand, uit angst dat deze bij een pogrom als verdacht materiaal zouden worden beschouwd.


In 1987, toen het Esperanto 100 jaar bestond, werden veel herdenkingszegels uitgegeven
In Warschau zette hij zijn studie voort en ging tegelijk werken aan een nieuw taalproject, waarbij hij zijn vroegere ideeën nu beter doordacht kon uitwerken. Nadat Zamenhof zijn doctorstitel in de medicijnen had behaald ging hij zich specialiseren in oogheelkunde. Hij had geen geld om zijn taalproject in boekvorm uit te geven, wat veranderde toen hij Klara Silbernik, zijn toekomstige vrouw, leerde kennen. Haar vader was een rijke zeepfabrikant die zijn dochter een aardige bruidsschat meegaf, waardoor Zamenhof nog in het jaar van zijn huwelijk een boekje kon uitgeven ter kennismaking met de door hem ontworpen taal, die hij 'Internationale Taal' noemde. Hij publiceerde dit werkje in 1887 onder het pseudoniem Dr. Esperanto ('iemand die hoopt'), van dit pseudoniem werd al snel de naam van de taal afgeleid.


Esperanto-zegels uit de USSR, 1927
Waarschijnlijk sprak Zamenhof veel Jiddisch, dat is althans op te maken uit de taal die hij had ontworpen. De verzameling medeklinkers van het Esperanto is precies gelijk aan die van het Litouwse Jiddisch van die tijd, inclusief klanken als tsj, zj en ch. Bovendien had hij in zijn jonge jaren een systeem ontworpen om het Jiddisch met Latijnse letters te schrijven in plaats van Hebreeuwse. In dat systeem bedacht Zamenhof voor die uitzonderlijke klanken eenzelfde spellingsoplossing als later voor het Esperanto. Die klanken lagen hem waarschijnlijk goed in de mond.

Op het gymnasium had Lejzer Zamenhof kennis gemaakt met het Grieks en Latijn. Aanvankelijk dacht hij dat wellicht één van deze talen de rol van internationale taal zou kunnen vervullen. Maar bij nader onderzoek bleek dat deze klassieke talen, met hun ingewikkelde grammatica, voor algemeen gebruik ongeschikt waren. De ervaringen in zijn geboortedorp


De groene ster is het beeldmerk van het Esperanto
Bialystok hadden hem geleerd dat de keuze van een nationale taal niet tot een oplossing zou leiden. Bij zijn studie van het Engels viel hem de eenvoud van de grammatica op, zeker in vergelijking met Grieks en Latijn. Een grote verscheidenheid aan grammaticale vormen is in een taal absoluut niet nodig, hoe eenvoudiger de structuur, hoe makkelijker de taal te leren is.

De woorden voor de nieuwe taal meende hij in de eerste plaats te moeten kiezen uit de Romaanse en Germaanse woordenschat, omdat deze talen in het wereldverkeer de grootste rol speelden. Wel plaatste hij de woorden in een door hem ontwikkeld systeem om een maximum aan regelmatigheid te krijgen. Voor een internationale taal achtte hij regelmatigheid van het hoogste belang. Hij constateerde ook dat een flink aantal woorden al internationaal bekend waren. Woorden als 'doctor', 'telefoon', 'conversatie', 'visite', 'nationaal' enz. komen in veel talen op bijna gelijke wijze en betekenis voor. Van die grote gemeenschappelijke woordenschat besloot hij gebruik te maken. Maar wat te doen aan de dikke woordenboeken met hun honderdduizenden woorden?


Hongaarse briefkaart uit 1957 met Esperanto-zegel en -stempel
Lange tijd studeerde de jonge Zamenhof op dit probleem om een oplossing te vinden. Hij zat al in de laatste klas van het Gymnasium toen hem wat achtervoegsels opvielen die in staat waren om op een redelijk systematische manier nieuwe begrippen uit basiswoorden te vormen. Zoals in het Nederlands bij de woorden wassen-wasserij, bakken-bakkerij, stomen-stomerij, kweken-kwekerij, geeft het achtervoegsel '-erij' de plaats aan waar dat gebeurt, waar het werkwoord naar verwijst. Dit zou een oplossing kunnen zijn om van één woord vele andere, nieuwe woorden te vormen. Hij ging daarop na welke voor- en achtervoegsels op deze wijze in verschillende nationale talen gebruikt werden.


Nadat Zamenhof in 1885 als arts was afgestudeerd, probeerde hij voor zijn taal een uitgever te vinden, maar niemand durfde het risico aan. Dat kwam omdat in die tijd juist een andere kunsttaal, Volapük, jammerlijk was mislukt. Uiteindelijk besloot hij zijn ontwerp zelf uit te geven: in 1887 verscheen zijn eerste leerboek onder de naam 'Internationale Taal: Voorwoord en Volledig leerboek door Dr. Esperanto'. Dat hij zijn project onder pseudoniem liet verschijnen kwam door zijn vrees dat een mogelijke mislukking zijn reputatie als oogarts kon schaden. Het eerste leerboek bevatte een samenvattende grammatica met 16 basisregels, 900 stamwoorden, enige vertalingen zoals het Onze Vader, een fragment uit de Bijbel, vertaalde en zelf geschreven gedichten en een brief. Het boekje werd toegezonden aan honderden personen en dagbladen in vele landen.


Met het debacle van het Volapük, waarvan men hoge verwachtingen had, nog vers in het geheugen, duurde het enige tijd voor de eerste reacties binnendruppelden. Het waren brieven met bewondering voor zijn systeem, sommige ook met voorstellen om hier en daar iets te wijzigen. Toen de teleurstelling over het Volapük was gezakt kreeg Zamenhof steeds meer volgelingen. In vele landen werden propagandaclubs opgericht. Vele voormalige aanhangers van het Volapük liepen over naar het Esperanto, zoals de nieuwe taal werd genoemd. In het begin hadden de esperantisten alleen door correspondentie contact met elkaar. De ervaringen met het schriftelijk gebruik van de taal waren uitstekend, maar zou de taal ook mondeling goed te gebruiken zijn, in een groter verband en toegepast door mensen van meerdere nationaliteiten? Een internationaal congres zou het antwoord moeten geven op die vraag.

In 1905 kwam die kans. De Franse esperantisten nodigden hun buitenlandse collega's uit voor een internationaal congres in Boulogne-sur-Mer, en velen reisden vol verwachting af naar de Franse stad. Maar vóór het congres feitelijk werd geopend was de vraag al beantwoord: in de straten van Boulogne spraken bijna 700 congresgangers uit 20 landen in het Esperanto met elkaar alsof het hun moedertaal was, en men verstond elkaar uitstekend! Het enthousiasme van de congresgangers werd nog groter toen Dr. Zamenhof tijdens de openingszitting zijn veeltalige gehoor in een genuanceerd en perfect te begrijpen Esperanto toesprak. De taal had de toets doorstaan.


Ook België gaf in 1982 een Esperanto-zegel uit
De Franse regering verleende Zamenhof het ordeteken in het Legioen van Eer. Maar Zamenhof was zelf liever op de achtergrond gebleven, hij had bij het verschijnen van zijn eerste leerboek afstand gedaan van alle rechten op de taal, en deze in feite aan de gemeenschap van esperantisten overgedragen. Daardoor heeft de taal geen autoriteit die de regels bepaalt en is van niemand anders afhankelijk dan van haar sprekers. Er bestaat voor alle esperantisten slechts een bindend Fundamento de Esperanto (het 'taalfundament van het Esperanto') dat de grondbeginselen van de taal omvat: de 16 basisregels, een woordenlijst van 1800 stamwoorden en een aantal oefeningen. Op het eerste congres werd dit Fundamento aanvaard. Binnen de regels van dit boekje kan de taal zich vrij ontwikkelen, zonder dat eerder geschreven stukken waardeloos worden.


In juli 2008 vond het Esperanto-congres plaats in Rotterdam
Het eerste congres in Boulogne-sur-Mer was zo'n succes dat men besloot elk jaar een congres te houden, telkens in een ander land. De taal verbreidde zich naar alle landen en vond aanhangers in alle kringen van de maatschappij. Er ontstonden ook verschillende groeperingen die de taal in eigen geledingen propageerden en eveneens jaarlijks internationale conferenties hielden, zoals wetenschappers, pedagogen, katholieken, socialisten, vrijdenkers enzovoort. Op al die bijeenkomsten trof men geen tolken, stuntelige redevoeringen of halve vertalingen aan, maar gelijkwaardige contacten tussen deelnemers die elkaar uitstekend konden verstaan en begrijpen.


Zelfs in China wordt het Esperanto beoefend
Zamenhof bleef tot het einde van zijn leven werken aan vertalingen in het Esperanto. In het voorjaar van 1917 overleed hij, al langere tijd lijdend aan hart- en longklachten, op 58-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Joodse begraafplaats aan de Okopowastraat in Warschau.

Esperanto wordt wereldwijd beoefend door circa 2 miljoen mensen, en is uitgegroeid tot een volwaardige taal waarin alle nuances van het menselijk denken kunnen worden uitgedrukt. Men kan met elkaar spreken op basis van gelijkheid, omdat de taal door iedereen is aangeleerd. Het


verdringt nergens een nationale of regionaal gesproken taal, integendeel, bedreigde talen kunnen door het Esperanto beschermd worden. Esperanto wordt al meer dan 120 jaar praktisch toegepast en heeft in die tijd een eigen literatuur en identiteit kunnen ontwikkelen. Wat dat betreft is de droom van Zamenhof toch uitgekomen: het Esperanto vervult een brugfunctie tussen verschillende culturen.

Ton Vis