Albert Decaris, Frans meestergraveur

Veel filatelisten beschouwen de zegels die in koper- en staalgravure zijn vervaardigd als de juweeltjes in hun collectie. De heldere, onverbloemde weergave van het onderwerp en de kunst van de graveur komen samen in een klein kunstwerkje, de postzegel. Albert


Decaris heeft in de vorige eeuw een groot stempel gedrukt op de postzegeluitgiften van Frankrijk, maar ook van gebieden die korte of langere tijd onder franse invloed stonden zoals het Saarland, Monaco, Andorra en tal van Franse koloniën in Afrika. In dit artikel laten wij u nader

kennismaken met deze meestergraveur, een aantal van zijn ontwerpen en de techniek die hij hanteerde.

Albert Decaris werd op 6 mei 1901 geboren in Sotteville-lès-Rouen, in het noordwesten van Frankrijk. Hij studeerde aan de Ecôle Estienne en vervolgens aan de Academie voor Schone Kunsten in Parijs, waar hij de kunst van het graveren ontdekt. In 1919 krijgt hij de Grand Prix de Rome, een studiebeurs voor kunststudenten, die hem in staat stelt om tot 1926 in Italië te blijven. Hij


beschouwt zich als een geesteskind van de cultuur en de beschaving rondom de Middellandse Zee. Tijdens zijn werkzame leven zou hij dan ook vaak verblijven in Revest-les-Eaux, vlakbij Toulon. Inspiratie vindt hij vooral in de Griekse en Romeinse mythologie om zijn talenten uit te drukken. Albert Decaris graveerde duizenden platen, portretten, landschappen, bouwwerken en

composities, geïnspireerd door de natuur en onderwerpen uit de oudheid.

Naast graveur was hij ook schilder, zo heeft hij grote muurschilderingen gemaakt zoals voor de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937, die


van New York in 1938 en voor kapellen, stadhuizen en andere openbare gebouwen. Hij is bovendien 'paintre titulaire' van de Franse Marine. Decaris is toch het meest bekend als graveur, zo illustreerde hij ruim 200 boeken, van Homerus tot Châteaubriand, Giono en Ronsard.


In 1935 krijgt hij een uitnodiging van de toenmalige minister van de Franse PTT, Jean Mistler, om een postzegel te graveren: het klooster van Saint-Trophime in Arles (Yvert nr. 302). Dit is de eerste uit een lange serie zegels. Hij ontwierp en graveerde circa 700 postzegels, waarvan 174 voor Frankrijk zelf. Tot zijn 'vroege' zegels behoren het passagiersschip 'Normandie' in 1935

(in 1936 opnieuw uitgegeven in een lichtere kleur vanwege het behalen van de Blauwe Wimpel) en de zegel gewijd aan de kruiser Clemenceau in 1939.

In 1943 wordt Deacris gekozen tot lid van de Academie voor Schone Kunsten, de belangrijkste (staats)organisatie van kunstenaars in Frankrijk. In 1964 wordt hij hiervan president. Ook is hij door de Franse staat onderscheiden als officier in het Legioen van Eer. Hij overlijdt op 1 januari 1988 in Parijs, 86 jaar oud.


Gravure voor de Philatec tentoonstelling in Parijs,
hieronder de postzegel
Er zijn verschillende druktechnieken voor postzegels, zoals de hoogdruk en de diepdruk. Bij hoogdruk ligt het te drukken beeld verhoogd op de drukvorm, zoals bij een rubberstempel of de letters van een typemachine. Alleen de bovenkant ontvangt inkt en drukt af op papier. Bij diepdruk ligt de af te drukken beeltenis

verdiept in de drukvorm. Deze wordt overvloedig van inkt voorzien waarna men het oppervlak schoonveegt, zodat alleen in het verdiepte deel met inkt gevuld blijft. Bij het afdrukken neemt het papier de inkt uit de diepten op. Het zal duidelijk zijn dat gravure is een vorm van diepdruk is. De

Nederlandse NVPH-catalogus spreekt bij zegels die op deze drukwijze tot stand zijn gekomen van plaatdruk of staalgravure; de Duitse Michel noemt het Stichtiefdruck of Stahlstich, de Stanley Gibbons houdt het op Line Engraved en de Franse Yvert vermeldt 'taille-douce' In Nederland werden postzegels gegraveerd vanaf de eerste emissie. De eerste gegraveerde Franse postzegel verscheen echter pas in 1928, 'Le Travail', Yvert 252. In de loop der tijd heeft de Franse Post een groot aantal ontwerpers, graveurs en grafici in dienst genomen, ook zij hebben in meer of mindere mate in 'taille-douce' gewerkt.

Vaak staat hun naam in zeer kleine lettertjes op het zegel, soms vergezeld van een jaartal. Ik noem er enkele: Claude Andréotto, Joseph de Joux (Yv. LP 59), Jacques Combet, René Quillivic, Odette Baillais en Jean Delpech (Yv. 2373). En natuurlijk de hoofdpersoon in dit verhaal, Albert Decaris.


De graveur van een postzegel gaat als volgt te werk. Doorgaans krijgt hij (of zij) een ontwerp aangeleverd, Decaris echter ontwierp vrijwel al zijn zegels zelf. Dit ontwerp is een zeer precies uitgewerkte tekening, doorgaans zesmaal groter dan het uiteindelijke formaat van de postzegel. Langs fotografische weg wordt dit ontwerp verkleind tot het juiste zegelformaat en aangebracht op een staalplaatje van ca. 7 mm dikte. Met behulp van een sterke loep (vaak binoculair) en een graveernaald met ruitvormige

punt graveert de kunstenaar de contouren van de tekening op het plaatje na, en ook de voornaamste lijnen van de waardecijfers. Veelal worden de te drukken letters zoals de landsnaam en de waardeaanduiding door letterspecialisten gegraveerd, maar bij Albert Decaris

maakten deze deel uit van zijn ontwerp en zijn daardoor heel herkenbaar en specifiek. Bedenk wel dat de graveur de zegel in spiegelbeeld uitsnijdt, op het originele formaat van de postzegel. Veel mensen denken dat de postzegel een verkleining is van de oorspronkelijke gravure, maar dat is

onjuist: de zegel wordt werkelijk gegraveerd in het formaat waarin het later zal worden gedrukt en uitgegeven.


Na de eerste grove opzet wordt de fotografische emulsie van de graveerplaat verwijderd. Daarna neemt de graveur het werk opnieuw ter hand, verfijnt en verdiept waar nodig het beeld en brengt diepte en schaduwen aan, het echte werk van de kunstenaar dat getuigt van zijn grote vakmanschap. Het werk is niet zonder risico's: door de hardheid van het metaal kan de graveernaald uitglijden, en een kras betekent dat het hele werk opnieuw gedaan moet worden.

Is de gravure klaar dan wordt het gehard en het beeld wordt door middel van grote druk overgebracht op een transferrol of molette. Vervolgens wordt ook deze gehard waarna dit op de molette verhoogde beeld in een ongeharde stalen cilinder geperst, zoveel keer als nodig is voor één drukvel. Als ook deze wordt uitgehard kan het drukken beginnen.

Albert Decaris beheerste de kunst van het graveren als geen ander. Op filatelistisch gebied heeft hij decennia lang een groot stempel gedrukt op de postzegeluitgiften van Frankrijk en vele landen in de franse invloedssfeer. Een leuke anekdote betreft de zegels die Decaris in 1948 voor het Saarland ontwierp. Het gaat om een serie 'arbeid en


industrie' (Michel nr. 239 tot 251), waarbij op de 2 en 3 Fr. waarden een arbeider wordt afgebeeld, en de 4 en 5 Fr. een tarwe oogstend meisje.
Meestal blijven dit soort afgebeelde personen anoniem, maar in dit geval werd al snel duidelijk wie de afgebeelde personen zijn. In 1948 maakte

fotografe Ilse Steinhoff een reportage over een doorsnee familie op het platteland, vooral omdat vlak na de oorlog veel mensen een dubbel beroep hadden, in dit geval arbeider en agrariër. De geportretteerden, Josef Holz uit Hasborn en zijn dochter Alina, gaven toestemming voor publicatie van de foto's.

Groot was hun ontsteltenis toen ze zichzelf terugzagen op postzegels, die in een miljoenenoplage waren gedrukt. Hoe de foto's bij de Saarlandse posterijen terecht zijn gekomen blijft altijd een raadsel, wel hebben de betrokkenen er een behoorlijke geldelijke genoegdoening uit weten te slepen...


In zijn werkzame leven heeft Decaris vele beroemde Franse postzegels ontworpen, zoals de beroemde 'Marianne de Decaris' uit 1960, die echter in typografie is uitgevoerd. Ook heel bekend is de Gallische haan van Decaris (Yvert 1331 en 1331A), deze zegels zijn wèl in taille-douce gedrukt. De

Nederlander G.H. Meijer (destijds van de werkgroep postmechanisatie) was de eerste die merkte dat er met de zegel 1331 iets bijzonders aan de hand was. Voor het eerst was in Frankrijk een zegel gedrukt op fluorescerend papier, dat fel geel oplicht onder een UV-lamp.


Andere beroemde Franse zegels van Decaris zijn o.a. de 'grote namen uit de geschiedenis', series van telkens drie zegels uit de jaren 1966 tot en met 1971. Zijn zegel 'Le Pont Neuf' uit 1978 (Yv. 1997)

ontving in dat jaar de 'grand prix de l'art philatélique franšais'. Ook 'La gravure' uit 1984 (Yv. 2315) is van zijn hand.
Een wellicht wat vreemde serie zegels maakte Decaris in 1946 voor Frans Equatoriaal Afrika, met als inschrift 'Van Tchad naar de Rijn'. Hij herdacht hiermee dat Franse troepen in Tchad werden getraind, waarna ze de Middellandse Zee overstaken om te helpen bij de bevrijding van Europa.

In 1985 vervaardigde Decaris zijn laatste postzegel,

gewijd aan Frankrijk en haar gesneuvelden, een allegorie van een republiek in rouw (Yv. 2389).
In 2001 werd Decaris geëerd met een eigen postzegel, ontworpen en gegraveerd door Claude Jumelet (Yv. 3435).


Het palet van Decaris was zeer veelzijdig, hij ging geen enkel onderwerp uit de weg. Van landschapszegels van Andorra, circuszegels van Monaco, de blauwe vlag en de zon van de Raad van Europa tot bierbrouwerijen (Cameroun 1970 en Congo 1973).

De zegels van Albert Decaris zijn veelal goed herkenbaar en behoren voor vele verzamelaars door hun fraaie ontwerp tot de meest geliefde exemplaren in hun collectie.

Jan P. Jacob





Twee postzegels van Decaris op een enveloppe,
met de handtekening van de ontwerper